KLEUR / RANG-LEELA

in het Fries Grafisch Museum

de LEELA van de LEELA-DHAR

een onderzoek met verschillende aspecten, gedaan door Akhilesh

5 augustus -1 september

Akhilesh; Indore, India, 1956; beeldend kunstenaar, lector, tentoonstellingscurator;
werkzaam in India, Rusland, Frankrijk, Oostenrijk, Japan en Amerika; zijn werk bevindt zich in vele internationale collecties.

Een algemenere introductie tot de meer filosofische achtergronden die een rol spelen bij het werk van kunstenaars uit India, zoals Akhilesh, en hun daarmee samenhangende kleurgebruik:

Het speelse jongetje Krishna (de negende incarnatie van Vishnu - genaamd Siddharta Gautama, de Buddha) is een verblindende schoonheid, met zijn blauwe huid boven zijn gele dhoti; zeker wanneer hij de fluit speelt zittend onder de langzaam van groen naar oranje rijpende mango-boom.
Dit beeld vormt toegang tot talloze vertellingen, over de onvoorwaardelijke speelsheid (lees: a priori a-moreel) van de goden, die leidt van misverstand tot tragedie.
Wanneer in de 6de eeuw voor onze jaartelling een kunstenaar (nou niet bepaald een 'klasse' vak in die tijd op die plaats - dus wordt gesproken van 'een man die de vaardigheid en de kracht leek te hebben') van een vorst de opdracht krijgt om de Buddha naar het leven (Siddharta Gautama leefde toen) af te beelden, als geschenk voor een naburige vorst, is de kunstenaar daartoe niet in staat, doordat hij wordt verblind door de Verlichte Buddha. De situatie wordt opgelost door op suggestie van de Buddha naar een heldere, zacht-zilver reflecterende poel te gaan om de reflexie te schilderen.
De ontvangende vorst ervaart het hem geschonken portret als een betekenis volle gave, waarmee hem het intuïtief begrijpen is toegekomen; hij krijgt het inzicht dat onze ogen slechts een reflexie van de werkelijheid zien. Aldus is de reflexie van het wezenlijke de werkelijheid en kan dus kunst de toeschouwer verlicht begrip van de werkelijheid verschaffen.

Kleur in de Hindu-opvatting heefts steeds, subtiel verschuivend in betekenis of de kleurtoon zelf, betekenisvolle associaties; vrijwel altijd leidend tot een vertelling waarin één der goden een tot filosofische uiteenzettingen aanleiding gevende rol speelt. Geel, als van de dhoti van de spelende Buddha, is het licht in de natuurlijke wereld; het nodigt de ziel uit (zoals zwart de ziel beschermt), maar geel moet nog gezuiverd worden. Oranje verbeeldt het innerlijk licht / de innerlijke verlichting en is als zodanig de kleur van leermeesters (al die westerse jongelingen met hun oranje uitdossing was toch mogelijk wel wat onbegrepen en aanmatigend).
Roze en de zachtere paarsen behoren toe aan het aardse, lees 'laag bij de grondse', veelal toe- en dan ook medogenloos voorgeschreven aan de laagste kasten, terwijl wit voor de on-ingewijden of buitenstaanders staat - samen met een onontwarbare kluwen ongeregeldheden die 'zeer heilig' kunnen uitpakken (en ook best blauw kunnen zijn) zoals de beroemde (soms dus ook blauw geverfde) koeien.
Het is maar goed dat het interpreteren van een en ander valt onder de te overpeinzen ontdekkings-wereld van de jonge Buddha, die gekenmerkt wordt door ongebreideld spel, vol van fouten en vergissingen - of in modern Nederlands: leer-momenten.

Het is een hachelijk avontuur om de denkwereld van de Indiase mens één op één over te zetten naar de denkwereld van Europa; gelukkig hebben we naast de taal echter ook de beeldende kunst, die bij het denken andere paden bewandelt.
In juist de kunst van Akhilesh blijft het hachelijk omdat - terwijl beide werelden wezenlijk andere ontwikkelingen hebben doorgemaakt waarbinnen elke kunstenaar zijn individuele ontwikkeling doormaakt - juist dit geheel het specifieke werkterrein is van Akhilesh.

Laat mij beginnen het werk te benaderen vanuit het westers denken, gebruikmakend van de parameters die ons bekend zijn.
Heel eenvoudig gezegd zijn het maar enkele dagen waarin de verschillende receptoren die in het oog zitten worden doorverbonden naar bepaalde delen in de hersenen. Zowel de receptoren als de hersenen hebben een uitrusting die in bepaalde mate erfelijk is en in bepaalde mate afhankelijk van fysieke- en/of culturele omgevingsfactoren. Dat geheel van omstandigheden bepaalt wat we, alleen al van kleur, ten minste lichamelijk bepaald, zullen kunnen zien.
Tussen 'kunnen zien' en de 'bewustwording van kijken' liggen voor ieder individu de persoonlijke, gewenste en ongewenste, omstandigheden van, wat we hier maar even gemalshalve 'het leven' zullen noemen.
Aangetoond is dat in dat complex alle elementen een mate van zowel bewust stuurbare als onbewust fysieke flexibiliteit hebben, en soms zelfs elkaars functies geheel of gedeeltelijk kunnen overnemen.

In de serie zeefdrukken die we tonen heeft de Indiaase kunstenaar Akhilesh (Indore, India, 1956; beeldend kunstenaar, lector, tentoonstellingscurator - werkzaam in India, Rusland, Frankrijk, Oostenrijk, Japan en Amerika; zijn werk bevindt zich in vele internationale collecties)

zijn werkterrein gezocht in het gebied van de abstract-poetische relaties. Hij zoekt in de verschillende vooraf bepaalde kleuren hun mogelijkheid tot buiten-koloristische betekenis. Hij doet dat in afzwakking of juist verheviging van onderdelen die soms deel zijn van de zuivere kleur-abstractie, soms de vertellende bepalingen van de kleur beïnvloeden, en soms de door het kleurvlak aangegeven vorm-associaties bepaling geven; steeds blijkt dat het één onvermijdelijk verbonden is met het ander, geheel of gedeeltelijk verwisselbaar is, of meerdere bepalingen, betekenissen of associaties kent.

Het onderzoek van Akhilesh is, hij is geen wetenschapper maar kunstenaar, geen wetenschappelijk onderzoek naar de omstandigheden van de kleur zelf, of naar de fysieke of psygologische ervaring van kleur door een groep of individu; het is een beeldend onderzoek naar de relaties die beeldende onderzoeksmiddelen kunnen hebben met verbale mededelingen van literaire en poetische aard en de relaties die we als toeschouwer kunnen aangaan met deze elementen.
De prenten zijn steeds een middel voor de toeschouwer om zich, binnen de beperkingen van het gegeven, te laten meevoeren naar zijn eigen emotionele belevingswereld. Dat moge welhaast een principe zijn geworden van hedendaagse beeldende kunst, hier in de series van deze kunstenaar hebben we tevens te maken met te kiezen reeksen, die in hun onderlinge compositie(s) vervolgens vertellend worden.
Grappig is in dit geheel de soms ironische titels die gedragen door publieke algemeenheden/vooroordelen de prenten een eerste opening in de dialoog met ons doen tot stand komen; ze nodigen uit tot een antwoord, dat we moeten formuleren door, tot wat een spel lijkt, toe te treden.

In de benadering van het denken met Indiase begrippen, bedienen we ons van begrippen als de Leela en de Leela-Dhar.
Leela is in wezen het opperste bewustzijn, het wezen van spel. De fenomenologische wereld is de manifestatie van Leela.
Het spel is zonder begin en zonder einde. Leela is het grote avontuur en de grote ontdekking.
Het oneindig spel wordt in alle eeuwigheid gespeeld ­ zonder winst of verlies ­ zij die het spel werkelijk hebben leren spelen worden niet door het bord gevangen gehouden en kennen het als de Leela van de Leela-Dhar (het ultieme spel van het kosmisch bewustzijn).
In die constellatie zijn ideeën als doel en verantwoordelijkheid uitsluitend sociaal gebaseerd en bedacht vanuit het individu om het ego ruimte te bieden; in de grote creatie is slechts plaats voor de krachten die de creatie zelf dienen.
De getoonde zeefdrukken moeten we tegen die achtergrond beschouwen: de prenten zijn tot fenomeen geworden momenten in een gedachtenspel.

Joseph John V. Componist

INDEX