persbericht Titi Zaadnoordijk

bij

30 jaar

Fries Grafisch Museum

 

 

 

Toespraak van N.C.M Douma, voorzitter van het Fries Grafisch Museum, voorafgaande aan de opening van de eerste tentoonstelling van werk van

Pieter Westra

waarmee tevens het 30jarig jubileum van het Museum werd gevierd.

30 jaar Fries Grafisch Museum.

Mijn naam is Nico Douma en ik ben voorzitter van het Fries Grafisch Museum.

Heel hartelijk welkom op deze bijzondere dag waarop wij willen stilstaan bij het 30 jarige bestaan van het FGM en de opening van de eerste tentoonstelling van het werk van Pieter Westra.

30 jaar FGM.

In 1979 was er een onstuitbare opmars in de grafische industrie van het offset procedé. Wat verstokte boekdrukkers voor onmogelijk gehouden hadden gebeurde toch, het hoogdrukprocedé werd volledig door offsetdruk vervangen. In de grafische bedrijven werd massaal ruimte vrij gemaakt voor deze nieuwe ontwikkeling.
Donkere kamers, zetafdelingen en offsetpersen waren de nieuwe ontwikkeling waarvoor zetbokken en boekdrukpersen het veld moesten ruimen.
Dit ging in een dermate hoog tempo, waarbij vele drukpersen als oud ijzer verschroot werden, dat in deze periode overal in het land verontruste grafici elkaar vonden in de oprichting van Grafische Musea om het oude ambacht en het industriële erfgoed van de grafische industrie veilig te stellen. In het noorden van het land gebeurde dit in Groningen, Meppel en Leeuwarden.
De eerste 2 musea zitten daar nog steeds en het FGM dat in Leeuwarden werd opgericht vond een plaats in het Fries Museum aan de Tweebaksmarkt.
Van alle kanten werden drukpersen en materialen aangeboden die een plaats kregen in het museum, keurig opgesteld achter pilaartjes met een koord daartussen.
Toen duidelijk werd dat deze stijlkamer daar geen plaats meer had verhuisde het FGM naar Museum Joure waar het een plaats kreeg tussen andere ambachten en collecties die met elkaar een logisch geheel vormen.
1n 1999 was het toenmalige bestuur op een dusdanige leeftijd gekomen dat zij het KVGO benaderd hebben om te bemiddelen bij het formeren van een nieuw bestuur.
Nog altijd staat in de statuten dat er minimaal drie mensen vanuit een grafisch bedrijf zitting moeten hebben in dit bestuur. Dit nieuwe bestuur kwam er en heeft zich tot doel gesteld er een werkend museum van te maken dat de sfeer van een drukkerij van voor 1950 op roept.

Daarnaast is het bestuur versterkt met grafische kunstenaars die nog met de materialen werken en daarnaast een groot netwerk met collega kunstenaars hebben.
Dit heeft inmiddels geresulteerd in het grafisch kabinet waar vele nationale en internationale kunstenaars geëxposeerd hebben.

Onder leiding van Gerard de Lange is er een team van grafische vakmensen samengesteld die met regelmaat de persen laten draaien in dit museum.

Bijzonder in dit museum zijn de handboekbinders materialen en bakmarmers van Dieuwke Kollewijn, de collectie de Roos, de collectie Bottema en de Eekhof collectie die bestaat uit de gegraveerde koperplaten van de Atlas van Friesland. Ivm de restauratie van de oorspronkelijke kast op dit moment kunnen we u deze vandaag helaas niet tonen.

Vanaf deze plaats wil ik alle mensen die ons een warm hart toedragen, zoals de grafische bedrijven die ons al 30 jaar sponsoren, alle mensen van Museum Joure, onze eigen vrijwilligers, mijn mede bestuursleden en iedereen die ik vergeten ben hartelijk bedanken voor hun inzet want zonder hen zou het tot een museale opstelling beperkt blijven.

Pieter Westra.
Velen van u zijn vandaag hier speciaal naar toe gekomen om de opening van de eerste tentoonstelling van het werk van Pieter Westra mee te maken.
Eigenlijk een vreemde eend in de bijt Al jaren tonen wij nationale en internationale kunstenaars die zich manifesteren met grafische technieken en nu op onze jubileum expositie breken wij volledig met deze traditie.
Pieter Westra, autodidact, tekenaar vanuit een natuurlijke drang om zich te uiten en iedereen met zijn creativiteit te verrassen. Niet alleen hier een vreemde eend in de bijt maar waarschijnlijk zijn hele leven een vreemde eend in zijn omgeving en binnen zijn familie.
Een man die zonder schroom de dingen deed die hij moest doen en daarmee een ieder kon vertederen en verrassen.
Een bijzonder mens die wij graag een podium bieden om ons allen nog eens te verrassen met zijn werk.

 2009; 29 Augustus - 26 September

Pieter Westra, tekenaar in het Fries Grafisch Museum.

(openingsrede uitgesproken door Joseph J. Visser, penningmeester en tentoonstellingcurator van het Fries Grafisch Museum)

"De expressieve primitivist. Zichzelf leegtekenend"; zo werd hij getypeerd door familie.

Tijdens de voorbereidingen voor deze kleine tentoonstelling is dit zeker als een juiste ingang tot zijn werk bruikbaar gebleken.

Deze eerste ontsluiting van de nalatenschap van iemand die tekende, zoals natuurlijk bij vrienden en familie al lang bekend, laat bij Pieter Westra een stapel, op volstrekt willekeurig papier en papiertjes gemaakte schetsen zien.
Daarbij opvallend: het is een bergje schetsen zonder enige ontwikkeling in onderwerp dan wel handschrift.
Hoewel het voor mensen die niet dagelijks met 'mensen met beeldende behoeften' omgaan lijkt alsof er veel tekeningetjes zijn, zijn het niet meer dan de zeer gebruikelijke berg losse blaadjes, schetsboeken en boekjes (dummies veelal), die als memorie-steun en oog/handoefening dienen - voorafgaand aan verdere stappen op het beeldend vlak - die zwerven in hoeken en onder banken bij elke kunstenaar (terwijl enkelen die krabbels graag vernietigen).
Hier echter zijn er, zover mij bekend, geen verdere stappen: Pieter Wetra, de "expressieve primitivist", "zichzelf leegtekenend", heeft het hierbij gelaten. Het was genoeg voor hem.

De behoefte om verder te gaan dan de beloften van de geladen schets, vol oningevuld mogelijke (en dus ongelimiteerde) warmte, is een zeer gevaarlijk avontuur; een bedreigende behoefte vol waarschuwingen en vragen als: "weet wel wat je wenst!" en "op hoeveel geluk denk je te mogen rekenen".
Iedere stap aan de schets voorbij is een vraag naar verdieping. Het is de betreding van het onbekende.
dat geldt voor het gevoelsleven juist zoveel als voor het artistiek kunnen; erger, vanaf dit punt, dat voorbij gaat aan het zo plezierige talent, moet er een voortdurend evenwicht gevonden en behouden worden tussen het artistiek vermogen en de psychologie van de te scheppen wereld.
Vanaf dit punt is de kunstenaar voortdurend zijn eigen bedreiging, waarbij hij bij gebrekkig stuurmanschap in elke door hemzelf klaargelegde val kan lopen.
De tevredenheid met een artistieke vondst zal hem meevoeren naar de psychologische leegte van de virtuositeit, zoals anderzijds in modderige en hompige grauwsmeerderij het onvolkomen technisch uitdrukkingsvermogen buigen moet onder de last van drachtig denken.

Bij Pieter Westra zijn de schetsen schetsen gebleven. Een voldragen kunstenaarschap was voor hem niet weggelegd. Hij kende de gevaren van het denken en had in het schetsen de juiste bezweringsformule gevonden.
Hij accepteerde zijn uiterst beperkt technisch-artistiek vermogen als zijnde een veilig gebied, dat wanneer hij dat stringent beveiligde, het hem zou beveiligen tegen de duisternis van het vervaarlijk denken.
De open, 'blonde' beloften van de één-dimensionale wereld, die zich aan hem voordeed wanneer hij zijn talent met rust liet, en daarmee vrij, bezwoor de bedreigingen van de wereld waarin hij wist geen 'primitivist' te kunnen en mogen zijn.
Echter door de onuitgesprokenheid, de onuitgeschrevenheid, de onbepaaldheid van de schetsen was de draagkracht van hun bezwering beperkt en zo moest hij in de herhaling van de formule de bevestiging vinden, die hem weer vrij maakte van het bezwaard denken.

Het is een wonder hoe goed hij zijn schetsen heeft weten te vrijwaren van vertroebelende behoeften tot diepgraverij en hoezeer ons daardoor nu een plezierige inkijk wordt gegund in de denkwereld die voorafgaat aan het zeer bescheiden oeuvre dat voorligt van, inderdaad: "De expressieve primitivist. Zichzelf leegtekenend".

Joseph J. Visser

 

Persbericht bij de tentoonstelling, geschreven door Titi Zaadnoordijk

Sporen van Pieter Westra in het Fries Grafisch Museum.

Pieter Westra (Sexbierum, 1918-1985) oudste telg uit een groot gereformeerd gezin, kon niet aarden in de aardappelhandel van zijn vader en vond na een lange weg tenslotte zijn plek als kantinebeheerder in een houtfabriek te Lemmer.
In deze periode begon hij met tekenen, hij gebruikte hiervoor alle papier wat hem voor handen kwam. Schetsboeken maar ook losse blaadjes zoals nota's en gebruikte enveloppen betekende hij met o.a. zelfportretten, (bijbelse) landschappen en predikers en engelen.
De sporen die hij zo achterliet, verdienen een podium en dat is de reden dat er in het Grafisch Kabinet een expositie over zijn werk te zien is t/m 25 september 2009.

"De expressieve primitivist. Zichzelf leegtekenend"; zo wordt Pieter Westra getypeerd door familie.
Tijdens de voorbereidingen voor deze kleine tentoonstelling is dit zeker als een juiste ingang tot zijn werk bruikbaar geworden. De nalatenschap van Pieter Westra bevat een stapel schetsen, op volstrekt willekeurig papier en papiertjes gemaakt. Daarbij valt opdat er geen ontwikkeling te zien is in onderwerp dan wel handschrift.
Het is een berg papiertjes zoals deze te vinden is in het atelier van elke professionele beeldend kunstenaar: een geheugensteun, een handoefening voorafgaand aan het 'echte werk'.
Bij Pieter Westra echter zijn er, zover bekend, geen verdere stappen. De "expressieve primitivist", "zichzelf leegtekenend", heeft het hierbij gelaten. Het onderzoek naar de beloften van de geladen schets is een ongewis avontuur. Iedere stap aan de schets voorbij is een smeekbede om verdieping. Het is de betreding van het onbekende.
Dat geldt zowel voor het gevoelsleven als voor het artistiek kunnen. Vanaf dit punt, dat voorbij gaat aan het zo plezierige talent, moet er een voortdurend evenwicht gevonden en behouden worden tussen het artistiek vermogen en de psychologie van de te scheppen wereld. Vanaf dit punt is de kunstenaar voortdurend zijn eigen bedreiging, waarbij hij bij gebrekkig stuurmanschap in elke door hemzelf opgeworpen val zal lopen.
Enerzijds kan de tevredenheid met een artistieke vondst hem meevoeren naar de psychologische leegte van de virtuositeit. Anderzijds zal hij bij onvoldoende technisch vermogen zijn drachtig denken niet tot uitdrukking kunnen brengen.

Bij Pieter Westra zijn de schetsen schetsen gebleven. Het is een wonder hoe goed hij zijn schetsen heeft weten te vrijwaren van vertroebelende behoeften tot diepgraverij en hoezeer ons daardoor nu een plezierige inkijk wordt gegund in de denkwereld die voorafgaat aan het zeer bescheiden oeuvre dat voorligt van, inderdaad: "De expressieve primitivist. Zichzelf leegtekenend".
Mary Velthoen (beeldend kunstenaar en familielid) beschrijft hem als volgt: "Omke Pieter, de oom die van die wilde, simpele tekeningen weggaf. Nu terugblikkend zie ik nog sterker de kunstenaar die hij was. Zijn eigen wereld om zich heen scheppend. De juttende kunstenaar, altijd op zoek naar een mooi steentje een tak of scherf. Zijn kelderverzameling zes planken vol vondsten. De tuin met stillevens van stenen en stukken hout met tulpen geplant in oude stronken een eigen paradijs. Zijn tekeningen, die hij met de nietmachine als totale wandbedekking in collage muurvullend op de zolder had opgehangen. Een eigen ruimte scheppend. De expressieve primitivist. Zichzelf leegtekenend op zoek naar de essentie."

Het grafisch kabinet is een kleine expositieruimte met wisselende tentoonstellingen van moderne grafiek- en boekenkunst. Het is onderdeel van het Fries Grafisch Museum, gehuisvest in Museum Joure. Wie de expositie wil bekijken, kan dit doen op di. t/m vr. van 10-17u en op za. t/m ma. van 14-17u, t/m 25 september 2009. Het adres is Geelgietersstraat 1-11 te Joure.

 

INDEX