2010 - Nieuwe toren, nieuwe voorslagen.

Voor de World Carillon Federation dagen in Groningen, 2008, schreef ik 48 voorslagen voor de uur- en halfuurslagen – ze zijn enkele etmalen op de Academietoren gebruikt (eigenlijk dient het gedurende de nacht stil te zijn - eh, in een studentenstad?!).
Deze miniaturen die hun oorsprong hebben in Jervaulx, als tegenhangers van muziek-deeltjes die ik voor de chime van de York minster schreef, vallen goed in de beiaardierswereld.
Uit dezelfde tijd stamt het gedicht met de titel met de titel -Jervaulx- dat gebruik maakt van de telwoorden uit de Yorkshire Dales, kennis daarover wissel ik uit met Susan Webb die het onderzoek begon naar de eigenheden in het tellen van de diverse zo dicht bijelkaar gelegen dalen.
Toen het kalenderontwerp voor dit jaar financieel onuitvoerbaar bleek, bracht ik deze twee lijnen bij elkaar tot een boekje dat aanzet werd tot meerdere complexe projecten: Mevr. drs. Heleen B. van der Weel nam enkele melodietjes voor de Grote Kerk in Den Haag - de Litouwse Ambassadeur hoort dat, terwijl Ludi en ik met hem lunchen als viering van de eerste stap in een door mij opgezet, gefinancierd en uitgevoerd cultureel uitwisselingsprogramma (gebaseerd op 2009 Vilnius Europees Culturele Hoofdstad; mijn lectorsfunctie aan de Universiteit van Litouwen, afd. Kunsten) met o.a. de door mij georganiseerde tentoonstellingen van werk van Giedrius Jonaitis (ontwerper Litouws Bankpapier), Roberta Vaigeltaite, Ema Shin, Matas Duda en Kestutis Vasiliunas en Hanne Matthiesen; tot het tournee van Nederlandse beiaardiers o.a. Gerda Peters en Gijsbert Kok, en het voor 2017/18 opgestarte Čiurlionis Project - met o.a. Auke de Boer en Bauke Reitsma.
De muzikale miniatuurtjes zijn ondertussen bewerkt tot zangspel.

 

wat geen bescherming biedt hoeft niet gebouwd te worden ­ wat de tijd wil overstijgen overstijgt het menselijke
­ dolen is het meest waardevolle onderdeel van het menselijk denken ­

de Zegen van Babel's To(o)r(e)n = Meerdere Culturen
Een meervoud van gedachten wordt bediend door een meervoud van uitdrukkingsvormen.
door het inknippen van de maandbladen/stroken tussen de daggetallen/data ontstaan de bouwplaten die hier gebruikt werden

NIEUWE TOREN

NIEUWE VOORSLAGEN

Kalender van G E T A L L E N

(steeds weer hoopt de componist niet te hoeven uitleggen dat 'carillon' via het woord 'quatre' is ontstaan: 'vierslag';
de vierslag zoals we die in de meest perfecte vorm kennen van de vier klokken van de 'voorslag' van Big Ben)

 Jervaulx

Drowsiness in the afternoon when writing - through tea - in the loft over the stables
of The Old Hall

yan, tan, tethera, pethera
­ neighbour's campanile
­ a wandering sound
yan, tyaan, theter, mether
yahn, tean, teadera, maedere, pip
­ bell-wether in the sheep-dip
yahn, tarn, tether, mether, mimp -
haites, saites, hovera, covera, dik
­ and I, drowsy, in the loft overlooking the paddock-
yarnadugs, tarnadugs, teaderadik, maederadik
­ know tup from ewe by bleat
buom
­ lamb creeps locked
yanamimphit
­ tea
taynamimphit
­ herbs from the abbey for the Wensleydale
­ herbs from the bub for Coverham cheese
­ a lawn-mower stopped whining
yan, tan, tethera
­ useless clippings
yan, tan, tethera, pethera, pimp, sethera, lethera
­ Yorkshire fog
­ 'soft hairy and pink -
­ striped at the base of the stem'
tyaneboon, tetheramimphit
gunagun
­ milady's voice:
­ "yoo-hoo, Joopy -; drinkypoos?!"

 In 2002 schreef Joseph J. Visser het gedicht 'JERVAULX' tijdens een verblijf op 'The Old Hall', Jervaulx, Yorkshire.
Dit gedicht werd gepubliceerd in Catalogus nr. 72 van Galerie Thurnhof Horn, Österreich bij gelegenheid van de (solo-)tentoonstelling van en rond het kunstenaars-boek "The Only Jealousy of Emer" met de eerste schets van de nieuwe vertaling uit het Gael van de kunstenaar zelf.
Tijdens het verblijf op Jervaulx werkte Joop aan enkele nieuwe teksten en een serie composities voor klokkenspel.
Het was de afronding van een rond reis door Yorkshire, Northumberland en Scotland (via de centrale Cairn Gorms naar het westelijk kustgebied ­ noordelijkste punt Trotternish, zuidelijkste punt Stranraer met een verblijf van enige tijd op Kintyre, Carskley/Southend).

Door kennismaking onderweg met het fenomeen van de telwoorden van schapenhouders op markten werd dit (mede) onderwerp, naast de gebruiken omtrent het graasrecht bij doortrek, dat ontstond toen in de vroege middeleeuwen steeds meer land geclaimed werd door 'vaste bewonders', steden en crofters; de traditionele graasroutes waren ten slotte nooit vastgelegd, maar werden wel erkend. Om overbegrazing te voorkomen werden afspraken gemaakt over maximaal toegestane aantallen ­ dagelijkse telling werd noodzakelijk. dat tellen gaat in groepen van vijf met twintig als hoogste getal: 'score'. Een kudde bestaat dan uit X-score.
De oorsprong en ontwikkeling van de telwoorden in de verschillende Yorkshire Dales behoort tot het gebied van een fascinerende taalkundige studie, die in dit bestek véél te ver voert; maar laat ik er over zeggen dat het in belangrijke mate uitspraak-ontwikkelingen (soms slechts modieuze tongvallen) zijn geweest vanaf het Grieks en Romeins, die hebben geleid tot nu vrijwel niet meer als zodanig te herkennen dagelijkse woorden. Ik leerde het tellen in direct op het oog herkenbare groepen van veel groter dan twee en drie (waarin de moderne Westerse mens telt/verveelvoudigt) voor het eerst kennen in een vakantiebaantje in een Midden-Duitse kwekerij, van een Griekse maat tijdens het opzetten van bedden met nieuwe stekken.

 

(een bijzonder hoogtpunt uit het werk van Jake Thackray behandelt ook deze telwoorden uit de Yorkshire Dales (overigens, we zien in veel meer plattelandsculturen met eenzelfde taalgeschiedenis vele soortgelijke telwoorden van 1 tot en met 20 - https://www.youtube.com/watch?v=TiXINuf5nbI&feature=player_embedded )

De muziek op deze kalender geplaatste muziek zijn de voorslagen voor de hele en halve uurslag van het carillon.
Ze hebben gedurende het ganse etmaal van de Academietoren van de Rijksuniversiteit geklonken tijdens de 16de Wereld Beiaard Federatie 2008 Groningen.

In enige, mogelijk strikt persoonlijke, zinnen zijn tijdsperioden van het etmaal gekarakteriseerd:

 

 

00.30 uur ­ 01.00 uur

Stil begin van trager uren

Laatste kussen van een dag

01.30 uur ­02.00 uur

 

02.30 uur ­ 03.00 uur

Laat;

nu tot vroeger ochtend

Minder voorzichtig

Minder gezamelijk

En killer ook

03.30 uur ­ 04.00 uur

 

04.30 uur

 

 

 

­ 05.00 uur

Lichtend wit

in duisternat zwijgen

05.30 uur ­ 06.00 uur

 

06.30 uur ­ 07.00 uur

Zonbeschenen gapend

voor een open brug

Lui

Niet loom nog

07.30 uur ­ 08.00 uur

 

08.00 uur ­ 09.00 uur

Nachten vervuld met

waarheid van de dagen

 

 

09.30 uur ­ 10.00 uur

 

10.30 uur ­ 11.00 uur

Oud-zoet moerbeiblat

Ontvouwen nu

met kleine vlinderangst

11.30 uur ­ 12.00 uur

 

12.30 uur ­ 13.00 uur

Weg zijn

Zoveel lichter

en eenvoudiger

dan reizen

 

 13.30 uur ­ 14.00 uur

14.30 uur ­ 15.00 uur

(14.30 is het thematje van Meggernie's voor the eerst gebruikt in 'Off the British Isles' en later in de '6 Songs on poems by First World War Poets')

Glanzend dik-groene lagen

Op lome namiddag-kwakende sloot

 

 15.30 uur ­ 16.00 uur

16.30 uur ­ 17.00 uur

Blozende beloften als drachtige lichtether

In dampen van thee

17.30 uur

 

 

18.00 uur

Page II voor de avond en de nacht tot 24.00 uur

 

INDEX